x Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 7.0 en hoger en Firefox 3.6 en hoger. Wanneer u gebruik maakt van een lagere browserversie kan dit gevolgen hebben voor een optimale werking van deze site.

Scheefstand grote teen

Hallux valgus

Bij scheefstand van de grote teen (hallux valgus) drukt deze teen naar binnen, waardoor aan de binnenzijkant van de voorvoet een knobbel (bunion) te zien is. De huid op de knobbel kan rood en gevoelig worden door toegenomen druk en wrijving in de schoen.

De grote teen kan de tweede teen van zijn plaats duwen. Daardoor kan een overbelasting van de tweede teen en/of een hamerteen ontstaan. Dit is pijnlijk in schoenen en geeft vaak een eksteroog. De aandoening kan zowel aan één als aan beide voeten voorkomen.

Oorzaak

Hallux valgus kan ontstaan door verschillende oorzaken. Bij jonge mensen met een brede voorvoet (spreidvoet) kan een te smalle schoen de grote teen in een hoekstand drukken. Dit kan op den duur leiden tot een blijvende scheefstand van deze teen. Ook erfelijke aanleg speelt een rol: meer dan de helft van de vrouwen in Nederland heeft een vergroeiing van de grote teen. Bij oudere mensen treedt de scheefstand vaak op in combinatie met slijtage in het grote teen gewricht. En bij andere afwijkingen in de voet ontstaat soms ook een hallux valgus.

Klachten

De klachten kunnen verschillend zijn. De voornaamste klacht is pijn aan de knobbel aan de zijkant van de voorvoet, vaak gepaard met roodheid. Dikwijls ontstaat moeheid en/of pijn onder de voorvoet. Soms leidt overbelasting van de tweede teen tot pijn en eeltvorming onder de voet. Voor de meeste mensen wordt het steeds moeilijker om schoenen te vinden die comfortabel zitten en geen extra pijn veroorzaken.

Behandeling en herstel

Klachten verminderen of voorkomen
Draag goed schoeisel. Dat houdt: in brede schoenen, van zacht leer, zonder naden aan de kant van de zwelling. Eventueel kunt u steunzolen of orthopedische schoenen laten aanmeten. Draag geen smalle schoenen of hoge hakken.

Rechtzetten met een operatie
De orthopedisch chirurg kan de grote teen met een operatie weer in de goede stand zetten. Ook kan hij verschillende ingrepen doen die de pijn verlichten. Meestal is de operatie een dagbehandeling: u kunt dezelfde dag weer naar huis. Houd rekening met een lange herstelperiode; het duurt een tijd voor de zwelling en stijfheid verdwijnen.

Er zijn verschillende technieken voor het rechtzetten van een scheve grote teen. Welke techniek de orthopeed kiest, hangt af van hoe ernstig de afwijking is. Hieronder vindt u de operatietechnieken die de orthopeden van annatommie gebruiken:
  • De Chevron-operatie corrigeert een milde tot matige scheefstand. De chirurg zaagt net onder de kop van het eerste middenvoetsbeentje het bot in een V-vorm door. Vervolgens schuift de chirurg het kopje richting de tweede teen en zet het meestal vast met een kleine schroef. Hierdoor wordt de voorvoet smaller. De schroef hoeft niet te worden verwijderd.
  • Bij een basis-osteotomie zaagt de chirurg de basis van het eerste middenvoetsbeentje door en zet het weer vast met krammetjes of kleine schroeven. De chirurg verijdert een deel van de knobbel, en corrigeert het weefsel dat te strak om het basisgewricht zit.
  • Bij de Scarf-osteotomie zaagt de chirurg het eerste middenvoetsbeentje in de lengte in een Z-vorm door, zodat het kopje richting de tweede teen kan worden verschoven. Daarna zet de chirurg het bot met twee kleine schroeven vast.


Vaak combineert de chirurg één van de bovenstaande technieken met de Akin-techniek. Hierbij wordt een wigje gemaakt in het basisgewricht van de grote teen, om zo de stand van de teen te corrigeren. Dit zet de chirurg weer vast met een krammetje of schroefje.

Bij ernstige vormen van scheefstand of stijfheid van de grote teen (meestal met forse slijtage en pijn aan het gewricht) kan de chirurg voor een arthrodese kiezen. Hierbij zet de chirurg het basisgewricht van de grote teen vast met een plaatje en/of schroeven. Daardoor kan behalve de pijn ook de stand van de teen goed behandeld worden. Patiënten hebben relatief weinig last van het vastgezette gewricht.


Complicaties

  • Een trombose been. Om dit te voorkomen krijgt u na sommige operaties bloedverdunners. U kunt deze kleine prikjes zelf toedienen of u door iemand in u nabije omgeving laten prikken. Voorziet u dat dit niet lukt, geef dit dan tijdig door, dan schakelen wij een wijkverpleegkundige in.
  • Onvoldoende of overmatige correctie van het gewricht.
  • Op lange termijn kan de scheefstand van de grote teen weer opnieuw ontstaan.
  • Bij het vastzetten van het gewricht kan het bot vertraagd genezen waardoor het niet goed vastgroeit.


Na de operatie

Na de operatie hebt u:

  • Een infuus in een arm om medicijnen toe te dienen.
  • Een verband om de geopereerde voet. Dit blijft drie dagen zitten.
  • Mogelijk een zuurstofslang in de neus.
  • Soms een roze voet als desinfecterende rode vloeistof gebruikt is. Dit verdwijnt vanzelf.


U krijgt direct na de operatie een speciale loopzool. Deze is zo gemaakt dat u alleen op uw hak loopt. Met deze loopzool en krukken mag u staan en lopen, en de voet belasten. Let op! Na een lapidus correctie mag u gedurende zes weken uw voet niet belasten.


Thuis na de operatie

Afhankelijk van de operatie en uw persoonlijke omstandigheden, ondervindt u na de operatie nog enige weken hinder van het operatiegebied. Neem daarom in ieder geval de volgende adviezen ter harte:

  • Rusten en slapen kunt u het best doen met uw voet op een kussen. De voet ligt dan wat hoger waardoor het vocht eerder zal afnemen. Leg ook bij rusten overdag de voet hoog op een kussen.
  • Beweeg regelmatig uw voet: duw hem van u af en naar u toe en draai er rondjes mee. Dit stimuleert de doorbloeding en de genezing.
  • Gebruik de eerste zes weken de loopzool en de krukken als u gaat staan of lopen. U mag de voet belasten maar doe rustig aan. Dit geldt niet voor een lapidus operatie. Dan mag u de voet zes weken lang niet belasten.


Oefeningen voor herstel

Wij adviseren deze oefeningen vanaf de eerste dag na de operatie:

 

  1. Oefening om stolsels in de bloedvaten (trombose) te voorkomen
    Ga rechtop zitten met gestrekte benen, of ga liggen op bed. Beweeg de voet van uw geopereerde been gelijkmatig op en neer.

  2. Enkel strekken
    Doe dit minstens elk uur 10 keer.

  3. Enkel buigen
    Doe dit minstens elk uur 10 keer.

service

volg ons

laatst gewijzigd op:

13-01-2012

wilt u de nieuwsbrief ontvangen?

Vul aub uw voornaam in
Vul aub uw e-mailadres in
Dit e-mailadres is reeds in gebruik